Afscheidsinterview met Paul van der Zwaan

Per volgend seizoen neemt Quick afscheid van hoofdtrainer Paul van der Zwaan. In dit artikel uit de Chantecler blikken we met hem terug op 11 jaar hoofdtrainerschap: de momenten die bijblijven, wat Quick voor hem betekende en hoe hij terugkijkt op zijn periode bij onze club.

Op dinsdag 18 november trok een artikel op onze site meer aandacht dan normaal. Onder andere Haaglanden Voetbal, AD en Leidsch Dagblad namen het bericht over. ‘Quick en Paul van der Zwaan nemen afscheid van elkaar. In goed onderling overleg is besloten om na een mooie periode, na dit seizoen, de wegen te laten scheiden. 11 jaar lang is Paul de trainer van Quick 1 geweest.’

Terwijl Van der Zwaan na dit seizoen inderdaad stopt als trainer van Quick, is de kop niet helemaal waar. Als een deur sluit, gaat er immers ergens anders een raam open. Na het beëindigen van zijn dienstverband wordt Paul lid van Quick. Als hij tenminste door de ballotage komt. Hoe dan ook en al met al zag de Chantecler-redactie een mooie aanleiding tot een afscheidsinterview met de Quick-trainer Paul van der Zwaan.

“Van de clubs voor Quick vind ik VVSB de mooiste. Daar ben ik zes jaar trainer geweest en werd ik twee jaar achter elkaar kampioen, van de derde en tweede klasse. We hebben het daar echt vanaf het begin opgebouwd. Samen met Gerard Heemskerk, die was toen voorzitter.”

Aan het curriculum vitae van Paul van der Zwaan kan de liefhebber van amateurvoetbal in de regio zijn hart ophalen. Quick Boys, Vitesse Delft, UVS Leiden, Ter Leede en IJsselmeervogels zijn parels in een ketting die kan tippen aan de 2.278,5 meter lange, door Guangdong Ronghui Pearls Culture Co., Ltd. gemaakte parelketting die als wereldrecordhouder door het leven gaat.  

In 2014 gaf Frans Danen te kennen dat hij weg zou gaan bij Quick. 

“Ik heb toen Hans Verheij gebeld. Wij hadden een aantal jaar daarvoor samen op trainerscursus gezeten. Ik vroeg hem of ik kans maakte. Hij adviseerde me een brief te schrijven. Zo gezegd, zo gedaan. Hans heeft een lans gebroken. Zonder hem had ik het niet gedaan. Ik had begrepen dat ik in eerste instantie als een broodtrainer gezien werd. Omdat ik grote clubs uit de bollenstreek getraind had. En in feite ben ik dat ook.

Ik had altijd al een zeker gevoel bij Quick, een soort affiniteit. In mijn UVS-tijd speelden we tegen Quick. En op de een of andere manier als ik erlangs reed, dan had ik altijd iets van: ja, dit lijkt me toch wel een mooie club. Waarom weet ik niet. Wat meehielp, was hoe Hans over de club sprak. Ik dacht van ‘nou oké, dat past mij wel’.”

 Het eten wordt opgediend door de Groene Haan, waar het op de dinsdag van het interview een drukte van jewelste is. Paul heeft boerenkool (met sambal!!) besteld. Dick heeft een prachtige diamanthaas. 

“Ik werd in 2015 aangesteld als trainer en trof een fantastische ploeg aan. Bartlema en De Gelder waren eigenlijk het geraamte. Joost speelde nog in de spits toen. Frankie was er net, Kruijfie, Boshoff natuurlijk, Kai. 

Virgil kwam van Voorschoten ’97 met mij mee. We stonden op het trainingsveld. Virgil kwam aanlopen voor de training. Hij zegt: “Trainer?” Ik zeg: “Ja?” Hij zegt: “U gaat volgend jaar naar Quick toch?” Ik zeg: “Ja, dat klopt.” Hij zegt de legendarische woorden: “Nou, ik woon ook in Den Haag.” Dat waren de enige woorden die hij zei. Ik zeg: “Oh?”

In het eerste jaar eindigden we alsmaar met tien man. Op een gegeven moment dachten we eraan om maar met tien man te beginnen. We haalden de finale van de beker. Het jaar erop bleef de groep bij elkaar en kwam Rachid erbij. Virgil zei: “Ik heb nog een vriend, mag die een keertje meetrainen? Hij speelt wel bij Haaglandia.”

Haaglandia ging failliet en Quick kreeg 35 aanvragen, van kinderen en senioren. Hans Verheij zat als opvolger van Ruud Smits (voorzitter voetbal, red.) in het bestuur en maakte zich hard voor de komst van één speler.

“En dat was dus Rachid. Die ging meetrainen. Hij speelde eigenlijk vanaf het begin in de basis. Vooral in zijn eerste twee jaren, we promoveerden, speelde hij waanzinnig. 

Voordat ik verderga, moet ik kort iets vertellen over mijn tijd bij Voorschoten ’97. Waar ik Virgil dus van kende. Ik kwam daar acht wedstrijden voor het einde van de competitie als interim-trainer, had net bij Quick getekend en ze stonden stijf onderaan. Het was helemaal niks meer. Ik kende niemand en moest als crisismanager fungeren. Maandag was ik gebeld en dinsdagavond stond ik voor de groep. Ik zei: “Als je het niet bevalt wat ik zeg, moet je gewoon je tas inleveren.” We gingen trainen. Later hoorde ik dat één iemand zijn tas had geleverd.

Enfin, Rachid was dus echt een toegevoegde waarde. Tegelijkertijd ging Virgil na een jaar of vier naar Rijnvogels. Hij was vader geworden en had het geld nodig. Vlak voordat hij vertrok zei hij: “Paul, weet je nog bij Voorschoten? Die gast die is weggelopen? Dat was Rachid.” Dat had ik dus nooit geweten.

Na de promotie kwamen we in de derde divisie. We haalden direct nacompetitie, met die wedstrijden tegen Scheveningen. Prachtige potjes. En het scheelde niets. Zowel uit als thuis hadden we moeten winnen. Thuis zeker. Dat was 0-0. Uit verloren we met 1-0. Het was de laatste wedstrijd van Syb en Joost. We speelden geweldig voetbal. Eigenlijk is dat ontstaan met een soort tactische variant in het verstoren. Daar is alles mee begonnen. Spelen in driehoek-vlak. 

Daar hebben we lang op getraind. Zonder het echt te benoemen. Spelers vinden dingen die veranderen moeilijk. Toen hebben we het in de wedstrijden ingepast. Dat werd het hart van wat er gebeurde. De spelers hebben daar eigenaarschap op genomen. Ze zeiden op een gegeven moment zelf dat het helemaal niets uitmaakte hoe een tegenstander speelde. Als wij maar gewoon deden wat we moesten doen. Het eigenaarschap dat spelers daarin lieten zien, maakte het team zo verschrikkelijk sterk.”

Klik hier om het hele artikel te lezen

Downloads:

Nieuws Overzicht