Terugblik op het seizoen van Quick II

Quick II werd vierde in Overgangsklasse A. Hieronder een terugblik.

Quick II is een team van bouwers, cement en stenen. De bouwers zijn de ‘senior players’, die met het materiaal dat ze voor handen hebben nog iets van een toekomst voor cricket op Quick willen maken. Met cement bedoel ik spelers van midden, eind twintig, begin dertig. Liaison tussen senior players en ‘youngsters’. Al enige ervaring, maar vaak nog te veel met zichzelf bezig voor captaincy en al te grote verantwoordelijkheid. En de stenen zijn dan – het zal geen verrassing meer zijn – de al eerder genoemde youngsters. Meer en minder getalenteerde jongeren, die fouten mogen, misschien wel moeten maken. Die overmoedig zijn, maar ook gretig. Flegmatiek en tegelijkertijd leergierig.

In 14 wedstrijden werden 35 spelers gebruikt. Nooit werd twee wedstrijden achtereen met hetzelfde elftal gespeeld. Gemeten naar het aantal gespeelde wedstrijden was dit het basisteam: Tim Versteegh (13 wedstrijden), Lucas Bogaartz (13), Somesh Kohli (12), Abhi Gill (12), Tycho de Mooij (11), Bob Burger (11), Tom Venrooy (10), Ab van Lomwel (8), Ehsan Aslam (7), Pieter Groenewald (6), Edgar Schiferli (5) en Daniel Mason (5). Twaalf man inderdaad, alleen maar omdat het zo uitkomt. En omdat Ab eigenlijk leider is. Een leider die voorafgaand aan het seizoen zei geen wedstrijd te willen gaan spelen. Somesh was dit jaar opnieuw captain, Lucas wicketkeeper en vice, hoewel ook Bob zo genoemd werd. Pieter kwam terug als coach.

In de eerste seizoenshelft werd een wonderlijke tie gespeeld tegen Rood en Wit en verloren van ACC II en VCC II. Van de terugwedstrijden werden die tegen HBS II, VCC II en Qui Vive III verloren. Alleen tegen Olympia en VOC II werden maximale punten gehaald. Tot drie wedstrijden voor het einde deed Quick II mee om het kampioenschap. De tweede nederlaag tegen VCC maakte reserves kansloos. Geen bloemen dus of een balkonscène, laat staan een platte kar.

De bouwers

Somesh was topscorer met 410 runs (gemiddeld 41), waaronder 3 halve en een hele century. Zijn hoogste score was 111*, thuis tegen VOC. Verder nam hij 13 wickets (zijn beste cijfers waren 5/27/6, thuis tegen Olympia) en pakte hij 8 vangen. Ik beschreef mijn waardering voor zijn captaincy al eens in een wedstrijdverslag en zal niet in herhaling vallen.

Ab maakte 118 runs, had belangrijke partnerships en pakte 3 vangen. Er is voor dit elftal geen betere leider denkbaar dan hij. Hij zegt waar het op staat, windt er geen doekjes om, draait er niet omheen. En net als je denkt dat hij te ver gaat, breekt die onweerstaanbare lach door. Wat verder meewerkt: iedereen ziet hoe goed hij ooit kon en nog steeds kan cricketen.

Edgar maakte 169 runs (gemiddeld 33,8), waaronder 96 in de laatste (uit)wedstrijd tegen VOC. Hij nam net als Somesh 13 wickets (5/23/7 tegen Qui Vive uit, economy rate van 3,03) en pakte een vang. Afgelopen jaar was ZAMI 1 nog zijn standaardteam, komende zomer wordt Quick II dat. Ik hoop dat alle youngsters doorhebben hoeveel ze nog van deze Quick-legende (een te vaak gebruikt woord, maar in dit geval op zijn plaats) kunnen leren.

Over legendes gesproken. Henk Mol speelde dit jaar drie potjes in Quick II. Was ik al oprecht blij hem weer in marineblauw over een cricketveld te zien draven, nog blijer werd ik van zijn mededeling dat hij dat volgend jaar vaker gaat doen. Daardoor kan ik mijn laatste zin over Edgar kopiëren naar deze woorden over Henk. Ik hoop dat alle youngsters doorhebben hoeveel ze nog van deze Quick-legende (een te vaak gebruikt woord, maar in dit geval op zijn plaats) kunnen leren. Dan nog wat cijfers: 168 runs (gemiddeld 84, hoogste score 107*, thuis tegen Rood en Wit), 4 wickets en een vang.   

Ook Bob van Gigch en Sumeet Diwan – basisspelers van Quick I – speelden een paar potjes mee.  

Het cement

Lucas kwam laat in vorm, maakte 114 runs en 15 slachtoffers. Los daarvan is hij voor mij een schoolvoorbeeld van een stille kracht, moeilijk voor te stellen overigens met zo’n moeder. Lucas regelt op de achtergrond dat alles loopt in het team, denkt mee over wie als scorers en umpires aan de beurt zijn, let erop dat water gehaald wordt als wij batten. Dit klinkt vooral praktisch, maar is een belangrijk onderdeel van ons functioneren als team.

Met een coach als Pieter hoef je je geen moment te vervelen. Zwabberend tussen I en II verloor hij nooit zijn goede humeur. Opmerkelijk: is een ware Clavan in de kleedkamer. Als je hem een vraagt stelt, krijg je als antwoord je vraag terug. Kijk maar eens op https://www.youtube.com/watch?v=GrxF4ofLE00 om te zien wat ik bedoel. Pieter pakte 9 wickets en bowlde zuinig (economy rate van 3,4).

Abhi was (wellicht te) vroeg in vorm, maakte 183 runs in zijn eerste 4 wedstrijden en eindigde op een totaal van 250. Hij piekte thuis tegen Olympia met 100*. Dat het de laatste weken wat minder ging, ligt zeker niet aan zijn inzet. Abhi trainde dagelijks, liever nog meerdere keren per dag en niemand was meer bezig met een eventueel kampioenschap dan hij.

Daniels seizoen laat zich vergelijken met dat van Pieter: wisselende contacten met I en II. In tegenstelling tot onze Namibische coach lijkt er maar weinig te zijn waar onze Aussie zich echt druk om maakt. Totdat hij gaat bowlen, dan komt er venijn uit de staart, gif uit de pen. Daniel pakte 8 wickets en was zuinig (economy rate van 3,59), ook wat dat betreft laat hij zich goed met Pieter vergelijken. Zijn beste cijfers waren 5/40/8, thuis tegen ACC II.

Ook (misschien wel juist) Stefan Ekelmans – 185 runs, dat was ook zijn gemiddelde, 114* thuis tegen HBS II – behoort tot deze categorie, maar die speelde na een ijzersterk begin in II de rest van het jaar in het eerste. Sahil nam een andere route: hij kreeg het na vier wedstrijden te druk met werk en bedankte voor de rest van het seizoen.

De stenen

De revelatie van cricket op Quick in 2019. Wat een ontwikkeling heeft Tim doorgemaakt. Kilo’s lichter, makkelijker bewegend, regelmatiger bowlend. Een optelsom die resulteerde in 26 wickets, meer dan wie ook van ons team. Tim probeert er uiterlijk onbewogen onder te blijven, maar zijn mondhoeken en ogen verraden hem. En ach, wie zal het hem euvel duiden? Het was een seizoen om te koesteren, met ook nog eens twee 5-wicket-innings (5/27/8 thuis tegen HBS, 5/22/8 uit tegen Olympia), 130 runs en 7 vangen. 

In de slipstream van Tim gaat Tycho steeds beter presteren. Op alle fronten. Onderkoeld en zelfkritisch als hij is, zal hij hier niet al te lang bij stilstaan. In alles is Tycho een logische opvolger van Thijs van Schelven. Hij nam 8 wickets, pakte 8 vangen en maakte 86 runs. In ZAMI 2 rook hij aan zijn (naar mijn weten) eerste halve century bij de senioren.  

Bob. Vice. Tenminste, zo noem hij zich en zo wordt hij genoemd. Mister not out. Acht keer gebat, vijf keer niet uit. Kreeg kansen als bowler, er waren momenten dat hij die pakte (Qui Vive, VOC, Rood en Wit). Nam 5 wickets, pakte 2 vangen en maakte 28 runs.

Ehsan stroomde pas na vijf wedstrijden in. Verraste met uitspraken als ‘Ik ben eigenlijk een batsman’ en ‘Ik denk dat ik er vandaag vijftig ga maken.’ Zijn hoogste score was 11*, hij sprokkelde 15 runs bijeen, tegen een gemiddelde van 7,5. Met de bal in de hand maakte hij meer indruk: 9 wickets, 5/33/5 als beste cijfers, tegen VOC. En dat terwijl hij nog maar vier jaar schijnt te cricketen. 

Het enthousiasme van Tom is besmettelijk. Evenzogoed leek licht blessureleed het cricketen in 2019 enigszins in de weg te zitten. Een maand vakantie in Mexico deed wonderen. Herboren kwam Tom terug. Hij bowlde acht overs tegen Qui Vive, zijn bowlen was beter dan je uit het lezen van zijn cijfers alleen zou opmaken. Met 30 runs, 3 vangen en 2 wickets zet Tom al zijn kaarten op de seizoenen 2020 en verder.

Lucas del Bianco is vijftien, als ik het moet geloven, maar speelt met een volwassenheid die doet vermoeden dat hij net zo oud is als – ik noem maar iemand – Lesley Stokkers. Na drie potjes in Quick II debuteerde hij al in het eerste. De beste cricketers van Quick voorspellen hem een grote toekomst. Alleen jammer dat hij het grootste deel van het jaar met zijn ouders in Hongkong zit. Voor ons dan. Kan wicketkeepen, batten, spinnen en fast bowlen. Aan zijn fielden zie je dat hij een cricketer is. Maakte 53 runs en had een wicket en een vang.

Vorig jaar won Teun Landheer als aanstormend talent en veelbelovende jongere een prijs. Of was dat alweer twee jaar geleden? Hoe dan ook: O tempora, o mores! Waar hij ooit blijkbaar de hoop voor de toekomst was, is hij nu vooral een goed ventje, dat naar mijn verwachting binnen nu en drie jaar in het ZAMI speelt. In 2019 speelde Teun maar twee potjes in twee. Onder andere door het tot in extremis verlengde voetbalseizoen (laat het maar aan de KNVB over om verenigingen te splitsen en cricket kapot te maken), vakanties, de fonkelnieuwe vriendin, studeren en het lidmaatschap van Minerva. En dan nog steeds voorspel ik Teun een geweldige toekomst. Op de vereniging, in het café en op de dansvloer, dat dan weer wel.

Net als Teun speelde Govert maar weinig wedstrijden in de zomer van 2019. En is dat is jammer. Nee, zonde. Ja, dat is een beter woord. Jonge spelers hebben wedstrijden nodig om beter te worden, meer nog dan trainen. Oude(re) spelers trouwens ook. Anders dan Teun was aanhoudend blessureleed de oorzaak voor Goverts beperkte aanwezigheid op Nieuw Hanenburg en andere cricketoorden. Als hij speelde, bowlde hij best goed, zowel in I als II. Laat dat een sprankje hoop voor de toekomst zijn.

Ook youngsters als Abdullah Liagat, Kasimir Rispens, Jordan Ratnavelayutham, Axel de Mooij en Casper Dekeling maakten hun opwachting in het tweede. Hayden Brain speelde het grootste deel van het jaar in I en Floris van der Kruijk bleek blessuregevoeliger dan hij er uitziet.

Rest me nog Alex Pototsky, Marcel de Mooij, Björn en Benny Oosterwijk, Coen Bogaartz, Jan Jaap Vierling, Caroline Rambaldo en Mart Spruit te danken voor hun invalbeurten, soms tegen wil en dank, regelmatig met een tegensputterend lichaam. Fijn dat jullie ons niet met tien of nog minder man lieten staan en niet alleen runs maakten, wickets namen en vangen pakten, maar ook nog eens een prettige sfeer brachten.

P.S. Naast alle genoemde namen hoop ik volgend jaar op een terugkeer van Imran Khan (hij appte me een tijdje terug dat het goed met hem gaat en dat hij er volgend jaar zeker weer staat) en Julius van der Horst (maar alleen Repelsteeltje weet hoe lang zijn wereldreis nog duurt).

P.P.S. En dan was daar nog Mieke. Verlost van alcohol (daarmee de buffetcommissie met een bessenvoorraad voor een jaar of zeven opzadelend) en nicotine scoorde ze als een kopsterke Engelse spits in de Tweede Divisie van Andorra. Het was voor ons allemaal even wennen, maar wat gelukkig bleef, waren kleurrijke verhalen over (bijvoorbeeld) Wouter en Coen. Soms zat ze helemaal alleen, zelden naast een scorer of scoorster van de tegenstander, simpelweg omdat die er nauwelijks waren, altijd sloeg ze zich erdoorheen. Het lijkt zo vanzelfsprekend, maar het is dat zeker niet.

Cricket nieuws overzicht