Quick II onderuit in Voorburg, titel uit zicht

Quick II verloor zondag van VCC II. Hieronder verslag.

Op 12 augustus 2007 speelden Henk Mol, Edgar Schiferli, Alex Pototsky en Somesh Kohli voor het laatst met elkaar in het eerste. Uit ACC. Quick won met drie wickets. Edgar bowlde 3/32/8.5 en maakte 15* in 4 ballen. Henk had een vang, een run en bowlde 2/32/10. Somesh bowlde 0/4/4 en had een run out. Alex kreeg de Thanks For Coming Award.

Een kleine twaalf jaar later is er een weerzien op een lager niveau. Waar haargrenzen wijken en broekriemen niet langer aangehaald kunnen worden, is VCC II een veelbelovend tegenstander in de Overgangsklasse A. Voorburgers en Hanen delen de tweede plaats, op een punt van koploper Qui Vive III. Thuis werd met 77 runs verloren. Maar dat was zonder Henk, Edgar en Alex. Rijkdom aan ervaring – ruim duizend wedstrijden in Quick I, alles bij elkaar opgeteld – maakt me zwanger van overmoed, een eigenschap waar ik me normaal gesproken niet comfortabel bij voel. ‘Als we dit niet winnen, vreet ik…’ Een kannibalistische ervaring ligt in het verschiet.

Het veld van VCC brengt herinneringen aan mijn eerste tongzoen naar boven. Of liever aan de tweede, de eerste was nogal een afgang (echo’s van Mathildes hoongelach beuken op mijn ego in, als log rollende golven op een havenhoofd, gelukkig wel in steeds mindere mate). Enfin, wat ik alleen maar bedoel te zeggen, is: een spelersvrouw vertelt dat gras haar voetzolen kust, een kerktoren knikt ons goedkeurend toe, mijn gedachten verdwalen ergens tussen square en fine leg, zoiets.

Somesh verliest de toss, we gaan fielden. Edgar bowlt (ik ga niet eens meer schrijven hoe goed, nou ja, dus toch) en als hij niet bowlt, kijkt hij naar jonge bowlers met de blik van een oude schrijver die gedichten uit zijn jeugd terugleest. Geamuseerd. Met enige vertedering. Zo druistig. Onzeker als een maagd in een bordeel in New Orleans, onregelmatig als de hartslag van een gedrogeerde beroepswielrenner. Soms meer duwend dan echt bowlend, uit angst de controle kwijt te raken.

De start is goed. Wickets van Bob (2/11/3, 2 vangen van Tycho) en Edgar (1/21/8, een ‘blinder’ van Somesh) brengen de thuisploeg op 19/3 na 5 overs en een beetje. Remco van der Giessen (71) en Tobias Nota (53) helpen VCC met een partnership van 134 aan een verdedigbaar totaal. Ondanks soms slordig fielden en gemiste vangen loopt de run rate niet al te hard op. Tegen het einde van de eerste innings houdt Edgar zijn kant goed dicht, ook als Tim de Leede het graswicket betreedt. Twee fielders knallen op elkaar, Henk moet hard werken voor zijn wicket, Tycho pakt zijn derde vang en bowlt netjes (0/12/4). Verder nog vermeldenswaardig: het (zuinige) bowlen van Ehsan (0/18/5). VCC II eindigt op 176/6, waar 200 (plus) tot de mogelijkheden behoorde.

De lunch is solide als het rotsvaste vertrouwen van Ole Pototsky in de battingcapaciteiten van zijn vader. Alleen Jay Bista vindt hij nog net even wat beter. Le Beau probeert een biertje: meer schuim dan door Parijse banlieues waart.

Onze start verhoudt zich tot die van VCC. 14/3 na 5 overs en een beetje. Alex en Henk zorgen voor enige rust, in en rond het veld. Henk steunt, piept en kraakt. Roept ‘Nee Henk!’ als hij een bal naar zijn zin niet goed genoeg raakt. Alex op gras is als Obelix in een bos vol met Romeinen: nergens beter op zijn plek. Vlak voor de eerste waterbreak haalt hun partnership de vijftig. En niet lang daarna valt het wicket van Henk (15), een gemene streep door de rekening, als je me de gemeenplaats wilt vergeven.

Met Edgar voor Henk en met Alex in topvorm is alles nog mogelijk. Maar het wordt niets. Net als Edgar (14) ze lekker lijkt te gaan raken, wordt hij gevangen. Alex gaat in het zicht van zijn halve century run out. Het bat dat hij van Abhi leende, draait zich met combinaties van vluchtelementen als Cassina – Kovacs en Kolman – Gaylord om in zijn graf. Vanaf 102/5 gaat het hard. Een tweede en derde golden duck kwaken boosaardig over gedecimeerde kampioenschapskansen. Taai verzet van Lucas (25*) geeft ons totaal nog enig aanzien. We verliezen met 40 runs. Dat is al beter dan de vorige keer, maar nog steeds een groot verschil. Het kampioenschap is uit zicht.

Standbeeld voor een captain

Wat ik nog te zeggen heb, duurt een sigaret. Captaincy is een vak apart. Het belang ervan mag wat mij betreft niet onderschat worden. Quick II heeft de beste captain van Quick. Zo niet van Den Haag, anders wel van Nederland. Hij spreekt zijn talen. Is hard op de inhoud en zacht op de relatie. Confronteert waar mogelijk, is empathisch indien nodig. Geeft jeugd een kans, zonder ze voor de leeuwen te werpen. Spreekt mensen aan, zonder aanzien des persoons. Relativeert. Vertoont voorbeeldgedrag door prestaties in het veld. Weet de juiste snaar te raken. En gaat tenslotte lekker naar Lowlands, in ons laatste – dubbele – competitieweekend.

Na afloop

Spelers en supporters verbroederen, de storm in Alex is gaan liggen, Sep Rijnbeek goochelt met vingers, Ole cricket met en tegen VCC-jeugd. Tycho en Bob zoeken troost bij elkaar. Floris van Hoogdalem kauwt op zijn wickets: Mol, Schiferli, De Mooij. Ik pluk gras en rol het tussen mijn vingers, Henk droogt op. Gastheren steken ons andermaal de ogen uit. Naast echt gras en een grote en talentvolle cricketjeugd hebben ze ook nog eens flessen bier. Somesh is ook volgend jaar captain, ik kan me niet voorstellen dat Mieke stopt als scoorster, Ab en ik blijven leider. Waarmee we de staf voor 2020 rond hebben.

De stand

1.     Qui Vive III 11-16

2.     VCC II 12-17

3.     Quick II 12-15

De uitslag van Qui Vive III – Rood en Wit II is hierin nog niet verwerkt. Als Qui Vive gisteren (zondag 4 augustus) heeft gewonnen, kan Quick al geen kampioen meer worden (ingewikkeld verhaal, gaat om het resterende programma en onderlinge resultaten, maar geloof me alsjeblieft). Tot die tijd hebben en houden we een kans, hoe klein ook.

Het resterende programma

Zaterdag 17 augustus thuis Qui Vive III

Zondag 18 augustus uit VOC II

 

  

Cricket nieuws overzicht