Alternatieve cricketprijzen

Met de Close of Play als slot op de deur van het cricketseizoen is de zomer van 2019 ten einde. Individuele prestaties leidden als altijd tot een prijzenregen, maar de degradatie van ons eerste stemt tot nadenken. Verandering lijkt nodig en is in elk geval gewenst. Veranderprocessen zijn echter stroperig. Transformatiemanagers (breek me de bek niet open) vertellen graag dat je voor verandering een lange adem nodig hebt. Maar ik wil nu al iets doen. Daarom begin ik alvast. Met alternatieven voor onze cricketprijzen. Want laten we eerlijk zijn, die hebben hun langste tijd nu wel gehad. Hieronder een zevental voorstellen, kijk maar wat je ermee doet.

De Mister Ed Award. Prijs voor trekken aan een dood paard. Terugkijkend op het afgelopen seizoen zou ik hem aan Daan Vierling geven. Met respect en enig mededogen heb ik zijn pogingen een team te smeden van Quick I aanschouwd. Rennend, springend, vliegend, duikend, vallend en opstaand was Daan als de kapitein van een zinkend schip, erop uitgestuurd met een doosje Hansaplast Classic Pleisters van één bij zes centimeter om een gat in de romp met een omvang van vier bij vier meter te dichten.

De Leo Beenhakker Bokaal. Ook wel: De Cirkel Is Rond Bowl. Voor een speler die na omzwervingen terugkeert op het oude honk. Zou naar Farshad Khan kunnen gaan als hij volgend jaar weer voor Quick komt spelen. Of naar Lesley Stokkers, als hij onze Hoofdklasse-tegenstander Hermes DVS opnieuw gaat versterken. Maar gaat naar Thijs van Schelven. Thijs kwam als talentvolle jeugdspeler bij de selectie, debuteerde voor I, vulde zijn dagen een tijd lang met topcricket, maar miste plezier in het spel, in het team, in zichzelf wellicht en ging voor ZAMI 2 spelen. Een ZAMI 2 dat toen nog in de steigers stond. Thijs floreerde, maakte onder andere een century tegen ZAMI 1. Maar het bloed kroop… Enfin, de rentree in I was glorieus en bracht hem landskampioenschappen en wedstrijden met het Nederlands elftal. En nu is de koek opnieuw op. Met een Bronzen Haan in zijn bagage keert hij terug in de moederschoot van ZAMI 2. Een ZAMI 2 dat klaar lijkt voor de eerste landstitel in hun bestaan. Ik wens hem boven alles veel plezier.

Het Wilhelmina Lint (Eenzaam maar niet alleen). Prijs voor het liefste, niet per se het hoogste, partnership. Winnaars van 2019: Boudewijn van den Berg en Joost van Schelven. Ook bekend als De Jas en Tor. Vier keer openden ze dit jaar voor ZAMI 2. In oude cricketshirts, de blosjes op de wangen. En elke keer, telkens weer was er chemie. De Jas maakte 162 runs (gemiddeld 40,4), Tor 140 (gemiddeld 46,7). Cynische tegenstanders ontdooiden van zoveel liefde op de mat. Bowlers raakten uit balans. Wicketkeepers riepen om hun moeder. Twee lichamen bewogen als één mechanisme, twee zielen, één gedachte. Altijd was het goed, soms beter dan dat. ‘Ik ben de beste’ zei De Jas. Hij bedoelde natuurlijk: ‘Wij zijn de beste.’

De Moppersmurf Mok. ‘Ik haat cricket.’ Was sich liebt, das neckt sich. Prijs voor een (ex-)cricketer die schijnbaar alles voor het spel doet (deed) – er in elk geval het leeuwendeel van zijn hoogtijdagen in de mooiste maanden van het jaar aan besteedt (besteedde) – en er tegelijkertijd geen goed woord voor over heeft (had). De donderwolk in de kleedkamer. Het glas is (was) wat cricket betreft altijd half leeg. De eerste gaat naar Allard van Vliet, ook bekend als Chuff, voor zijn gehele oeuvre. Eervolle vermelding: Lesley Stokkers (uit het juryrapport: ‘Ga zo door en je wint hem. Waarschijnlijk al volgend jaar. En speciaal voor jou: de derde keer dat je hemt wint mag je hem houden.’).

Het Lazarus Beeld. Prijs voor een cricketer die uit de dood is opgestaan, als een feniks uit de as herrezen. Voor iemand bijvoorbeeld die bowlen echt niet meer zag zitten, nog liever zijn haar waste met sambal brandal dan ooit weer aan een over te moeten beginnen. Die nachten merriede van wides, no balls, beamers, onafgemaakte overs, economy rates van twaalf of meer. Maar toch de draad weer oppakte, daarbij gecoacht door de beste captain die het Nederlandse zaterdagcricket voortbracht. Reversus veni, vidi, vici. Dit jaar – soms vallen alternatieve prijzen samen met de werkelijkheid – zou Mart Spruit (onder andere bekend van #martinoranje) hem hebben gewonnen, voor zijn 6/24/3.3 tegen HCC ZAMI 2. Voor volgend jaar staat niemand anders dan Remko van der Heide al op de deur te kloppen.  

De Maria Magdalena Medaille. Maria Magdalena was een vrouw van lichte zeden en een volgelinge van Jezus. Nou ja, niet alle hondjes heten Fikkie: er was ook een Maria Magdalena die banden plakte in Hamme-Zogge, een dorp in Vlaanderen. En één die gedichten schreef over gedichten (‘Ik dicht liever over een vers gedicht dan over een oude ode, zo’n snode.’). Maar de Maria Magdalena waar deze prijs naar vernoemd is, was dus een prostituee met affectie voor verlossers. Met enige dichterlijke vrijheid vertaald naar cricket: de Maria Magdalena Medaille is een prijs voor een speler die zijn diensten aan meerdere teams aanbiedt en daar als verlosser ontvangen wordt. Hoewel Alex Pototsky als Poolse Messias een logische keus lijkt, zeker omdat hij afgelopen zomer speelde voor ZAMI 1, Quick II en Quick I, is Edgar Schiferli hem net een streepje voor. Edgar speelde namelijk ook nog voor de sHarQs.

De Harry Houdini Goblet. ‘De beste manier om ergens ongezien te verdwijnen, is helemaal niet opkomen.’ Het is een zegswijze van mezelf, maar door het tussen aanhalingstekens te zetten, doe ik voorkomen of het een overweging van een weldenkend mens is. Verwant aan de Thanks For Coming Award. Bij de TFC Award was je er wel, maar had je er net zo goed niet kunnen zijn, bij de Harry Houdini Goblet gaat meer aandacht uit naar je (al dan niet plotselinge) afwezigheid dan je eventuele aanwezigheid ooit had kunnen bewerkstelligen. Helaas wordt deze beker de komende twintig jaar niet uitgereikt. Want ik houd hem zelf. Ik ben hem kwijt ook trouwens.

 

Cricket nieuws overzicht