Quick 120 jaarQuick 1 juichen 1Quick 1 juichen 4Foto juichen Cricket 1TrainenQuick 1 juichen 2Foto juichen 4Cricketf-jeugdQuick 1 juichen 3Foto selectie 2013/2014

H.V. & C.V. Quick, De Savornin Lohmanlaan 215 Den Haag, Telefoon: 070-3680323

Twitter icon
Facebook icon
Instagram icon
LinkedIn icon
RSS icon
YouTube icon

Nieuws van hoofdsponsor GMW

Gepubliceerd op 12 september 2017 door Krijn Vrolijk

GMW advocaten (opgericht in 1989) is een Haags advocatenkantoor dat meerdere juridische specialismen op hoogwaardig niveau aanbiedt. Hun cliënten zijn Nederlandse en buitenlandse bedrijven en particulieren, semipublieke organisaties, overheden en internationale instellingen. Bij GMW advocaten hebben ze één doel: de beste oplossing voor de klant bereiken. Dat doen ze door het geven van advies, door te procederen of via mediation. Met vakbekwame advocaten en staf, gebruikmakend van moderne technieken.

GMW Advocaten is ook hoofdsponsor van Quick. En vanaf nu zal Raymond de Mooij, Quicker van huis uit en één van de grondleggers van GMW, een maandelijkse column namens deze hoofdsponsor verzorgen. De column wordt gepubliceerd op onze site en in de nieuwsbrief.

Miljoenencontract met niemand

Bastiaan Koning keek uit het raam van zijn werkkamer toen ik binnenkwam. De lange, imposante man had zijn vastgoedimperium Palassium eigenhandig opgebouwd. In de beginjaren waren er kleine transacties in de buitenwijken van Den Haag, maar inmiddels hield hij zich alleen nog maar bezig met miljoenenprojecten. “Vijf jaar geleden heb ik in Leiden een flatgebouw gehuurd. Ik wilde mijn bedrijf daar onderbrengen, vooruitlopend op verdere expansie”, vertelde mijn cliënt. “Maar nadat ik mijn handtekening onder een tienjarig contract had gezet, kreeg ik bedenkingen. Eigenlijk wilde ik helemaal niet weg uit Den Haag.” Bastiaan Koning stak een sigaret op en blies de rook naar het plafond. “Om een lang verhaal kort te maken, ik ben met Palassium nooit naar Leiden verhuisd, maar zit wel vast aan die huurovereenkomst. Kost me vijf ton per jaar”.

Mijn cliënt had het huurcontract door vooraanstaande juristen laten doorlichten. Maar het contract was volledig “dichtgetimmerd” door verhuurder stichting Emptihuls. “Ik verwacht geen wonderen van je, maar doe me een lol en kijk of jij een uitweg ziet”, zuchtte Koning.

Terug op kantoor liep ik de huurovereenkomst woord voor woord door. Met een vergrootglas spelde ik elk artikel. Tot mijn spijt moest ik mijn voorgangers gelijk geven. Het contract was waterdicht. Ik dicteerde mijn bevindingen in een briefje aan de baas van Palassium en vroeg mijn secretaresse om voor de zekerheid nog even een uittreksel uit het handelsregister te nemen van stichting Emptihuls. Een uur later stond ze op mijn kamer. “Stichting Emptihuls staat niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel”, vertelde mijn medewerkster gedecideerd. “Kan niet waar zijn”, zei ik. Ik liet haar nog eens zoeken. En daarna nog een keer. Maar de conclusie was duidelijk: er bestond geen stichting Emptihuls.

Nog diezelfde dag vroeg ik de beheerder van de verhuurder om opheldering. Twee weken later volgde een korte, schriftelijke reactie. “Kennelijk heeft bij het opmaken van het huurcontract een verschrijving plaatsgevonden. Emptihuls is geen zelfstandige stichting, maar een verkorte aanduiding van pensioenfond Empirius en pensioenfonds Hulsenbosch. Per saldo verandert er echter niets voor uw cliënt”. Bastiaan Koning dacht daar anders over. “Ik heb een contract met een verhuurder die niet bestaat. Schitterend! We gaan procederen De Mooij. Alleen... weet jij tegen wie?”

Nadat ik het standpunt van Palassium duidelijk had gemaakt aan de beheerder, belde de befaamde Amsterdamse huurrechtadvocaat Mr Timo Okker. “Uw cliënte Palassium dient gewoon huur te blijven betalen anders leg ik beslag op al hetgeen uw cliënte bezit”, zei hij bekakt. Ik bracht verslag uit bij Koning. “Tot de Hoge Raad!”, brulde hij enthousiast. “We gaan naar het Europese Hof!”

Het werd om te beginnen de Kantonrechter in Leiden. Namens Palassium dagvaardde ik beide pensioenfondsen en vroeg onder meer om een “verklaring voor recht” dat tussen mijn cliënte en de gedaagden geen huurrelatie bestond. Mr Okker verscheen op de zitting met afvaardigingen van beide pensioenfondsen en drie advocaat-stagiairs. “Edelachtbare,” begon hij zijn betoog, “procederen is eigenlijk net als tannissen. Ja, u hoort me goed, net als tannissen. Als je een goeie tegenstander hebt, tannis je zelf ook beter. Maar ik zit opgescheept met Mr De Mooij. Hij heeft werkelijk niets van het spel begrepen”.

Kantonrechter Mr De Beer glimlachte. “Mr de Mooij, uw cliente heeft u vast gevraagd “Tom Poes, verzin een list”, om te trachten onder het contract uit te komen”. Ik beantwoordde de glimlach. “Dat klopt Edelachtbare, en gelukkig heb ik iets gevonden: de verhuurder bestaat niet”.

Mr Okker liep rood aan. “Heeft u wel eens van het Haviltex- arrest gehoord confrère, juridische basiskennis hoor!”, riep hij. Ik probeerde kalm te blijven. “Jazeker, een uitspraak over het belang van hetgeen partijen in een overeenkomst over en weer van elkaar mogen verwachten. Alleen in deze overeenkomst zijn er geen twee partijen. Er is er maar één”.

De kantonrechter sloot de zitting. Het vonnis zou zes weken later volgen. Maar zover kwam het niet. De wederpartij koos eieren voor haar geld, de zaak werd geschikt. Palassium kreeg van de pensioenfondsen een huurkorting van 1.3 miljoen euro. Sebastiaan Koning schaterde het uit en ik was natuurlijk blij voor hem. Maar liever nog had ik het tenniswedstrijdje tegen Mr Timo Okker uitgespeeld .

De namen van de betrokkenen zijn gefingeerd.

Delen op social media

Twitter icon
Facebook icon
LinkedIn icon