

Marco Hoogwater, The Ranger -> Le Ranger -> Le. Kind van begin jaren zestig. Levend geworden jongensboek, Kick Wilstra van het Hanenburgse cricket. Verdient een voetbalplaatje: Ajax, Aad de Mos, bus, rokertje, exit. Ziekte van Westwood. Ziekte van wat? Ziekte van Westwood. Heeft wel niks met cricket of Quick I aller tijden te maken, maar te klassiek om te laten liggen.
‘Zo dichtte hij (Rob van Zutphen, red.) spelmaker Marco Hoogwater afgelopen donderdagavond de ziekte van Westwood toe. Van Zutphen: “Zet dat nou maar in de krant. Dan kunnen de mensen thuis in de medische encyclopedie gaan opzoeken wat die ziekte betekent.” Marco Hoogwater bleek snel genezen van de ziekte van Westwood, want hij speelde gisteren tegen Westlandia gewoon mee. En Westwood? Dat is geen virus maar een etablissement waar muziek, alcohol en in elkaar geïnteresseerde mensen een prima combinatie vormen.’ (Chantecler 1984, H. Kramer, W. Klap, M. Belinfante)
Eerste jeugd
In 1979, een jaar na zijn debuut in het eerste, is Marco de spil waar een kort geding tegen degradatie van Quick II om draait (onze geschiedenis op dat gebied is rijker dan ik dacht…). In het kort: Marco wordt opgesteld in het Tweede, heeft eigenlijk al teveel wedstrijden gespeeld in Één, omdat de KNCB een verregende wedstrijd van Quick I individueel wel telt als gespeeld, Quick krijgt punten in mindering en degradeert. Hoewel het geding verloren wordt, leren we een wijze les voor de toekomst.
De jaren tachtig (Madness, Rubiks Cube, Knight Rider) bieden Quick I drie kampioenschappen (waaronder natuurlijk ons laatste landskampioenschap) en twee degradaties. Marco wordt geselecteerd voor jong Oranje (met namen als Poolman, Dukker, Groeneveld en Balk), maar reikt niet ver genoeg voor het echte werk. Hij is daarmee de enige basisspeler van Quick I cricket aller tijden die niet in het Nederlands elftal gespeeld heeft.
Het is in die periode dat ik kennis maak met cricket. Ik kijk m’n ogen uit, ben aandoenlijk stil aan de rand van de boundarie, leer langzaam maar zeker namen van spelers en hun talenten kennen. Als Marco bowlt, sta ik naast de screen. Ik zie een niet eens zo lange aanloop eindigen in een venijnige actie. De bal stuit op driekwart van de mat en komt vervaarlijk naar binnen. De toch ingespeelde batsman weet zich geen raad en speelt een belachelijk shot zonder iets te raken. Marco heerst en is de beste bowler van de dag.
Dat het niet altijd lukt, blijkt uit een volgend stuk proza (Chantecler, 1984): ‘Het optreden van Marco Hoogwater viel jammer genoeg tegen. Slechts eenmaal kwam hij tot een behoorlijke score (43). In de kooi schijnt hij de sterren van de hemel te spelen; hij kan het dus wel.’
Tweede jeugd
De jaren negentig. Quick I degradeert en promoveert. Marco wordt samen met Cees Lieshout (je zou hem onder andere kunnen kennen van een memorabele vang tegen HCC in 1970) de enige Quicker met een dubbele bronzen haan (200 wedstrijden in Quick 1 en 200 wedstrijden in Quick I). Er zijn mensen die vinden dat je hiermee een erelidmaatschap verdient. Hoe dan ook is het een grootse prestatie.
In het veld stijgt Marco samen met Dilantha Rawanaka (Kees voor intimi) tot grote hoogten. Het is 1998, het seizoen is nog maar net begonnen. Locatie: Nieuw Hanenburg, tegenstander: VRA. Quick heeft het moeilijk, zes wickets down, runs worden duur betaald. Kees begint met zijn bat te wapperen, maakt runs achter het wicket, wekt het publiek. Marco gaat mee, bedachtzaam eerst, versnelt later. Essentiële ervaring en jeugdige onbezonnenheid versmelten in sambacricket. Een recordstand van 126 voor het 7e wicket helpt Quick een heel end in de goede richting.
Derde jeugd
De Haagsche Courant van 24 juni 2002:
‘Hoogwater steelt show op Nieuw Hanenburg’
‘Een goed functionerende Quick-aanval… met een herboren Marco Hoogwater (3v31 in 9)… in de hoofdrol, zette VRA continu onder druk. Hoogwater had met meer fortuin drie wickets meer kunnen hebben, maar was nu ook al content.’
En die van 14 juli 2003:
‘Quick haalt routine terug en wint van HBS’
‘Om degradatie tegen te gaan, had Quick in het cricketduel met buur HBS drie routiniers teruggehaald. Marco Hoogwater, Dick Vierling en Siardus Witteveen werden ingezet voor Jan Kramer, Somesh Kohli en Daan van Arcken. De ingreep pakte goed uit: Quick won met het grootst mogelijke verschil van HBS en blijft in de race om behoud van een plaats in de hoofdklasse.
Het eerst battende HBS kende een rampzalige start. Darron Reekers (4v20 in 10) en Marco Hoogwater (1v21 in 10) waren onbespeelbaar voor de toporder van de thuisploeg.’
In 2003 speelt Marco zijn laatste wedstrijd voor het eerste. In 322 wedstrijden (alleen Dick Vierling en Henk van Eck speelden vaker) maakt hij 3.890 runs (hoogste score 77, gemiddeld 17,14), pakt hij 362 wickets en 73 vangen. Natuurlijk is het hiermee niet afgelopen. Vorig jaar nog werd Marco als captain van het Tweede kampioen van de Overgangsklasse. Hoewel Afrika lonkt, lijkt zijn cricketverhaal een nieuw, wie weet laatste hoofdstuk te krijgen in de Eerste Klasse.
Marco werd in 38 (anders gezegd: in bijna 73% van de) teams opgesteld. Inzenders over hem: “Als bowler dodelijk tegen buitenlandse coaches”, “De ultieme sportman”, “Coach killer – beste swing bowler van Quick”, “Vooral voor bowlen - altijd goede cijfers”. Volgende week aandacht voor Pieter Marseille, allrounder van Quick I cricket aller tijden.
Laatst aangepast (zaterdag 11 februari 2012 10:01)